TEKST

 

 

 

 

 

 

Erik Van In(Antwerpen 1961) manipuleert tijd en ruimte. Hij bouwt objecten en installaties die reflecteren over tijd, over tijdservaring. Met een sterke mechanisch-technische, en ook digitale kennis werkt Van In aan beelden die dan weer poëzie oproepen, dan weer vervreemding, of beide. De esthetische ervaring komt er niet zozeer naar aanleiding van de vorm, wel in het verschijnen en verdwijnen van vorm, geluid, beweging in de tijd. Van In creëert tijd, tijd die stilstaat, tijd die beweegt. Tijd en ruimte worden artistiek en op ingenieuze wijze geritmeerd waarmee de kunstenaar ruimte opent voor contemplatie, en waarbij hij heel subtiel, ook humor aanwezig stelt.

 

Ruth Loos

 

 

 

"Constructive art is not only three dimensional; it is four-dimensional, insofar as we

are trying to bring the element of time in it. By time, I mean movement, rhythm: the actual

movement as well as the illusory one which is perceived through the flow of the lines and shades in the sculpture or painting. In my opinion, rhythm in a work of art is as important as space and structure in the image."

Naum Gabo, Russia and constructivism

 

Het opvallendste kenmerk van Erik Van In's sculpturen is dat ze beweeglijk zijn.

Van de vroegste tijden af zijn kunstenaars bezig met het 'uitbeelden' van beweging.

Ze waren begaan met de 'voorstelling' van beweeglijkheid.

Erik Van In is geïnteresseerd in de beweging zélf als integraal deel van het werk.

Daarom kunnen we zijn werk situeren in een traditie die reeds begin deze eeuw startte met het werk van de futuristen: Duchamp, Láslò Moholy-Nagy, Naum Gabo en in jaren '60 een vervolg vond in de 'Kinetic art' waar door toevallige externe factoren een beweging kon optreden.

 

Maar het oeuvre van Erik Van In heeft meer affiniteiten met het werk van Tinguely,

Schöffer en meer recent de sculptuur van Rebecca Horn waar beweging bewust geproduceerd wordt door een mechanisch procédé.

 

In zijn metalen constructies combineert hij de Fluxus-beweging met een strak minimalisme qua realisatie. Van Fluxus, onder andere in hommages aan John Cage, ontleent hij het idee van de geluidsmachine. Van In verwerkt het in een vormgeving die contemplatie afdwingt

In tegenstelling tot het eerder komisch-absurdistische van Fluxus.

Sommige van zijn recentere werken krijgen een soberheid mee die verwijst naar Zen.

Veel van hun aantrekkingskracht hebben de sculpturen te danken aan een esthetische

en dikwijls haast symmetrische en nauwgezette enscenering.

 

Dromerig en bijzonder kwetsbaar is de zeepbelmuur die aan een ingenieuze constructie van touwtjes uit een bak zeepsop omhooggetrokken wordt. De interactie tussen machines en kijker heeft een performance karakter.

De kijker wordt uit zijn louter contemplatieve rol gehaald en wordt betrokken door het mobiliseren van verschillende zintuiglijke prikkels; een opspattende zeepbel of een manifest stiltebrekende geluidseruptie.

 

De beweging van de sculpturen haalt ook de tijd binnen. Ze zijn repetitief opgevat hoewel men hier niet kan spreken van een volledige cycliciteit. Het is veeleer een boeiend 'hetzelfde maar anders'.

 

Eigenlijk zouden de locaties voor presentatie van dit werk zorgvuldig uitgezocht moeten worden. Deze subtiele mechanica die een ingehouden poëzie oproept heeft grote ruimtes nodig waar ze tot haar volle recht kan komen.

 

Philippe Pirotte

 

 

 

In de installaties van 'Erik Van In' is het tijdsverloop een intrinsiek vervreemdend gegeven.Maar in die vervreemding ligt blijkbaar een belangrijke creatieve inbreng. Zijn werken zijn abstract noch concreet, of anders gezegd: ze zijn het allebei.Mechanische logica, de analytische precisie, geven de indruk van hypothetische bruikbaarheid, terwijl naar een efficiënte functionaliteit De kijker moet “meedenken”. Hij accumuleert de artistieke energie van deze machines en kan ze gebruiken als metaforen.

 

R.V.Bulck

 

 

 

“Na rijp beraad werd dit Erik Van In uit Antwerpen,

met de werken “2y” en “Quarternion”. Het tijdsverloop vormt een

intrinsiek vervreemdend gegeven binnen de werken van deze winnaar.

Van de toeschouwers wordt dan ook creatieve inbreng verwacht.

Men moet als het ware een tijd vertoeven in de buurt van een sculptuur alvorens de verschillende gewaarwordingen kunnen versmelten in een poëtische ervaring. De jury was onder de indruk van de inventiviteit, de analytische precisie, de mechanische logica, kortom het totale concept van dit werk.”

 

Jury Mobilart, 2006

 

 

 

Wie zich door de ruimte beweegt of ’s avonds voorbij het raam van de galerie loopt en een schaduw werpt over Toy Piano Revised van Erik van In, de andere eigenaar van Spaceburo wordt verrast door een plotseling in gang gezet ratelen en een klein brandend lampje van het kleine apparaat dat tegenover het venster aan de muur hangt. Van In is een stadmens, vergroeid met machines en niet geheel verknocht aan planten, al kunnen de hangende draden aan de mechaniek wel vergeleken worden met de hangende takken van zijn gekozen plant. Dit sterk verwaarloosde exemplaar kreeg nooit water en onttrok vocht aan de lucht om in leven te blijven. De inwisselbaarheid van deze plant heeft ook zijn terugslag in het werk van Van In, kunstwerken die hij maakt voor een tentoonstelling worden na de expositietijd regelmatig door hem ergens in een hoek gegooid, om vervolgens vergeten te worden.

 

Merel van der Velde, 2015 in Mister Motley naar aanleiding van Plantage Voyage in Spaceburo

 

 

 

ENG

 

"Constructive art is not only three dimensional; it is four-dimensional, insofar as we

Are trying to bring the element of time in it. By time, I mean movement, rhythm: the actual

movement as well as the illusory one which is perceived through the flow of the lines and shades in the sculpture or painting. In my opinion, rhythm in a work of art is as important

as space and structure in the image." Naum Gabo, Russia and constructivism

 

 

A highlight of Erik Van In's sculptures is that they are mobile.

From the earliest times, artists working on the "portrayal" of movement.

They were concerned with the 'idea' of mobility.

Erik is interested in the movement itself as an integral part of his work.

Therefore, we can situate his work in a tradition that has started early this century with the work of the Futurists: Duchamp, Laslo Moholy-Nagy, Naum Gabo and in the '60s there was a continuation of the 'Kinetic Art' where a movement could occur by chance of external factors.

 

But the oeuvre of Erik Van In has more affinities with the work of Tinguely,

Schöffer and more recently with Rebecca Horn’s sculptures where movement deliberately is produced by a mechanical process.

 

In his metal structures he combines the Fluxus movement with a sleek minimalism in terms of realization. Fluxus, among other tributes to John Cage, he borrows the idea of the noise machine. In the process of a design that compels contemplation

Unlike the earlier comic-absurdist of Fluxus.,

some of his later works have a simplicity that it refers to Zen.

Many of the sculptures have their appeal due to an aesthetic

and often almost symmetrical and accurate staging.

 

Dreamy and extremely vulnerable is the bubble wall :an ingenious structure of strings is pulled up from a soap box. The interaction between machines and viewer has a performance character.

The viewer is removed from his purely contemplative role and involved by mobilizing various sensory stimuli, a bubble or a splashing sound breaking silence in a manifests eruption.

 

The movement of the sculpture takes the time indoors. They are repetitive although one can not speak of a full cyclicity , it ‘s rather a fascinating "same but different”.

 

In fact, the locations for presentation of this work must be carefully chosen. These subtle mechanics that evokes poetry has retained big spaces where they come to their full right ..

 

Philippe Pirotte

 

 

 

In the installations of 'Erik Van In' time-interval is an intrinsically aliënating fact. But within this alienation lies apparently a significant creative contribution. His work is neither abstract or concrete, somehow they are both true.This has to do with a personal mechanical logic and with analytical precision wich gives the suggestion of a hypothetical utility. Because the artist isn’t searching after an efficient functionality but more looking to seduce the viewer.An aura of inaccessibility hovers around these sculptures, but their tactile and visual appearance is inviting to follow.The public has to follow , it accumulates the artistic power of these installations let by its logic.So the public can see them as metaphors.

 

RV Bulck

 

 

 

"After careful consideration, it is Erik Van In from Antwerp,

with the works "2y" and "Quarternion. The interval is a

intrinsically alienating thing within the work of this winner.

From the spectators is expected a creative input.

One has to stay a while in the vicinity of a sculpture before the various sensations can merge into a poetic experience. The jury was impressed by the inventiveness, analytical precision, mechanical logic, in short, the whole concept of this work. "

 

Jury Mobilart, 2006